Viering 4 november: #metoo en veilige plekken

In de viering van 4 november ging Mariecke van den Berg voor. Aan de hand van lezingen uit Hooglied en Ester besprak zij de actuele thema’s ‘safe places’ en ‘#metoo’. De integrale preek is hieronder na te lezen.

— Hooglied 3: 1-5, Ester 1 —

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Vandaag zou ik het graag hebben over het ‘Wasti-moment’. Dat is het moment waarop van jou iets gevraagd wordt waarvan je weet: dat kan ik niet doen. Dat kan ik niet doen zonder mijn waardigheid als mens te verliezen.  Het moment waarop er een groot en duidelijk ‘nee’ opborrelt in je binnenste, zo’n beetje vanuit je maagstreek. Dat is een heel belangrijk nee, en volgens mij ook een nee waar God iets mee te maken heeft. Dus ik wil het vandaag graag hebben over het ‘nee’ van koningin Wasti en hoe dat ook ons kan leren om nee te zeggen als dat nodig is.

Over #metoo praten

Het verhaal van de verstoting van Wasti, is vaak gelezen als een soort voorwoord bij het boek Ester. Een opmaat die de toon zet voor het verhaal dat nog volgt en dat we misschien beter kennen: hoe Ester, een gewoon meisje uit het Joodse volk, door de Perzische koning Ahasveros (Xerxes I) wordt uitverkoren om te wonen aan het hof. Samen met haar oom Mordechai weet ze het plot van Haman te dwarsbomen, de slechterik die alle Joden wilde uitroeien. Het verhaal van Wasti laat zien in wat voor slangenkuil Ester als nieuwe koningin terecht zal komen. Een plek waar je als vrouw vooral op je uiterlijk beoordeeld wordt en waar je lichaam beschikbaar moet zijn. Een plek waar je maar beter kunt doen wat de koning van je vraagt, anders loopt het slecht met je af. Een bijzonder onveilige plek.

Maar ik denk dat het verhaal van Wasti meer is dan alleen maar de begintoon van het verhaal van Ester. In zekere zin is haar verhaal het verhaal van heel veel vrouwen, en ook sommige mannen, in de Bijbel.  Wat Wasti overkwam, overkwam ook Dina, en Tamar, en de naamloze vrouw uit Rechters 19, en het overkwam ook Jozef.

Na het losbarsten van de #metoo beweging weten we dat het verhaal van Wasti ook bijzonder actueel is. De #metoo beweging begon ongeveer een jaar geleden toen de Amerikaanse filmproducent Harvey Weinstein werd beschuldigd van seksueel misbruik van actrices waar hij mee samenwerkte. Daarna kwamen er steeds meer verhalen boven tafel.  Eerst vooral van beroemde mensen, en daarna lieten ook “gewone” mensen van zich horen: me too betekent: het is mij ook overkomen.

Misbruik en grensoverschrijdend gedrag is niet iets wat alleen plaatsvindt in de wereld van film, theater en showbizz. #Metoo is niet een hype die vooral over Amerika gaat. Want het overkwam ook kinderen in katholieke instellingen en calvinistische gezinnen.  En volgens onderzoek van Kenniscentrum Rutgers dat begin dit jaar uitkwam, krijgt 22 procent van de vrouwen en 6 procent van de mannen in Nederland te maken met seksueel geweld. En als we verder kijken, ook naar grensoverschrijdend gedrag zoals zoenen en aanraken terwijl je dat niet wilt, dan overkomt dat 53 procent van de vrouwen en 19 procent van de mannen.

Dat zijn enorme aantallen. Hoe kan dit zó wijd verspreid zijn, de samenleving zó doortrekken? En: hoe kan dit gestopt worden? Hoe kunnen we werken aan een samenleving, waar de scholen, instellingen, straten, kroegen en huizen veilige plekken zijn?

Dat zijn ook heel belangrijke vragen om je te stellen als christen, als gelovig mens die God zoekt. Als er zoveel misbruik heeft kunnen plaatsvinden ook in de context van kerken en christelijke instellingen, kan de kerk dan nog een veilige plek zijn? Als de Bijbel vol staat met #metoo verhalen, kunnen we daar dan nog wel uit putten om een antwoord te vinden? En hoe zit het met God? Kan God een veilige plek zijn voor ons als zoveel mensen hem tevergeefs om hulp hebben gevraagd?

Ik wil graag geloven dat het wél mogelijk is om vanuit geloof te zoeken naar manieren om in veiligheid met elkaar samen te leven. Dus daarnaar wilde ik vanochtend samen met jullie op zoek.

Ik moet zeggen dat ik dat wel een spannende zoektocht vind. Het kan een heel confronterend onderwerp zijn, zeker als je er zelf mee te maken hebt gehad. Maar het alternatief is stilte. En ik denk niet dat dat een goed alternatief is, ik denk dat stilte over dit onderwerp in zichzelf al heel veel schade heeft aangericht. Dus ik hoop dat we er, in alle voorzichtigheid en met respect voor ieders eigen verhaal, toch over kunnen spreken.

Ik had het hierover met iemand uit mijn naaste omgeving, die zelf te maken heeft gehad met misbruik. Ik zal haar ‘M’ noemen. Ik vertelde M dat ik wilde gaan preken over #metoo aan de hand van het verhaal van Wasti. Waarom Wasti, wilde ze weten? Ik somde op wat ik zo geweldig vind aan Wasti. Dat ze gewoon lekker haar eigen gang ging in dat paleis. Dat ze haar eigen feestje vierde, misschien niet zo groots en meeslepend als dat van Ahasveros, maar vast veel gezelliger. En, het belangrijkste, dat ze ‘nee’ zei toen ze ontboden werd. Toen de koning haar wilde showen aan de mensen, zei  Wasti: ”toedeledoki, zoek het maar uit met je feest, ik kom niet. Aan mijn lijf geen polonaise”.

M zei tegen mij dat ze het er mee eens is, dat in het verhaal van Wasti iets zit van opstand en verzet. “Maar”, zei ze er bij, “het lukt niet iedereen om nee te zeggen. We kunnen niet allemaal een Wasti zijn. Misbruik gaat over macht. Als  je hierover preekt, dan moet je dat tegen de mensen zeggen. En je moet ze zeggen dat als je geen nee zei, omdat je die macht niet had of omdat je het gewoon niet kon, dat het nooit jouw schuld is.”

En ik beloofde dat ik dat zou zeggen.

En ik hoop dat ik haar recht doe door juist over die twee opmerkingen verder door te denken vanochtend: over macht en wat daar mis mee gaat, en over hoe we samen verantwoordelijk kunnen worden voor dat ‘nee’, zodat we ook leren om nee te zeggen voor wie dat graag zou willen maar niet kan.

Eerst: hoe het zit met macht?

Dat Wasti verstoten werd, was uiteindelijk een besluit van koning Ahasveros. Maar er waren nog meer mensen bij betrokken. Als dit een film was, dan zou er bij de aftiteling staan: “deze verstoting werd mede mogelijk gemaakt door de raadsheren, de eunuchen, de officieren van de krijgsmacht, de politici, de adel, en de hofmeesters die de wijn inschonken”.  De verstoting van Wasti komt niet uit de lucht vallen. Het gebeurt in een setting waar de macht vooral bij mannen ligt. En die macht moet ook getoond worden: het eerste deel van het hoofdstuk bestaat vooral uit het omschrijven van het macho-gedrag van Ahasveros, die aan iedereen ‘de pracht en praal van zijn majesteit’ wil laten zien. En terwijl de wijn geschonken wordt ‘zonder beperkingen’ wordt ten slotte duidelijk dat bij die macht ook een bepaald vrouwbeeld hoort. De kroon op die pracht en praal is Wasti. En als Wasti wordt uitgenodigd op het feest dan gaat het ook dáárom: zij moet getoond worden, als iets dat de koning in bezit heeft: niet een mens met een eigen verhaal, maar een lichaam waarover hij beschikt.

Ook hierin is het verhaal van Wasti bijzonder actueel. Want als we iets leren uit de berichten van #metoo dan is het wel dat al deze ervaringen niet op zichzelf staan. Ze houden ons een spiegel voor van een samenleving waarin de macht scheef verdeeld is. Het gaat niet pas mis op het moment dat iemand zijn handen niet thuis kan houden. Misbruik en overschrijdend gedrag vinden plaats in een samenleving waar mannen en vrouwen andere posities innemen. Waar mannen hun mannelijkheid steeds weer moeten bewijzen tegenover andere mannen en tegenover vrouwen. Dat begint al als ze heel jong zijn: als jongetjes van vier een gat in hun knie vallen en zich daar niet druk over mogen maken, want ‘grote jongens huilen niet’. En het begint bij grappen in de kantine die niet door de beugel kunnen, maar waar niemand iets van zegt. Bij dat vreemde idee dat mannen jager zijn en vrouwen prooi.

Wat we ook leren van Wasti en van de #metoo beweging is dat niet alle verhalen dezelfde kans maken om gehoord en geloofd te worden. Wasti zelf wordt bijvoorbeeld maar een enkele keer genoemd en ze krijgt van de schrijver van het boek Ester ook geen echte ‘spreektijd’.  Haar ‘nee’ moet meteen in de doofpot gestopt, vindt Memuchan. Ze moet zo snel mogelijk uit beeld verdwijnen en de onrust die ze veroorzaakt heeft moet het liefst gisteren nog worden gladgestreken. Dat lijkt op de manier waarop ook in onze tijd verhalen over misbruik en aanranding meteen in twijfel worden getrokken. Op ieder verhaal  dat naar buiten wordt gebracht volgen meteen een aantal ‘maren’. Maar er waren geen getuigen bij. Maar deze vrouw was zelf ook dronken. Maar misschien wil deze man alleen maar iemand in diskrediet brengen. Het ‘maar’ klinkt bijna altijd luider dan het verhaal van iemand die probeert te vertellen wat haar of hem is overkomen. Net als Wasti worden deze mensen zo snel mogelijk uit beeld gedirigeerd.

Wat ik hiermee wil aangeven is dat seksueel geweld niet het probleem is van een paar machtige mannen die zo nodig zichzelf moeten bewijzen. Het is niet simpelweg het probleem van de Ahasverossen, de Harvey Weinsteins en de Donald Trumps van deze wereld. Het is een probleem van de samenleving. Niet de slachtoffers, maar de samenleving moet leren nee zeggen.

Dan: over het nee zeggen

Het verhaal van vanochtend geeft ons belangrijke aanknopingspunten voor hoe dat ‘nee’ er uit kan zien.

Het begint bij onszelf. Bij de keuzes die we maken in welke verhalen we lezen en aan welke helden we ons willen spiegelen. Als we iets willen leren van het ‘nee’ van Wasti dan begint het er mee dat we er voor kiezen om haar verhaal te lezen en niet dat van andere helden zoals Abraham, of David, of Simson, of trouwens Ester zelf, die veel bekender is geworden dan haar voorgangster. Dat we vanochtend het verhaal van Wasti lezen zou je kunnen zien als een daad van ‘exegetisch micro-verzet’. Het is een kleine daad van verzet om deze ‘vrouw van het voorwoord’ aan het woord te laten. Ons ‘nee’ begint er mee dat we verhalen serieus nemen die naar de achtergrond worden gedrongen, die misschien moeilijk zijn om te horen, of te geloven, of echt tot je door te laten dringen.

Hoe ziet dat ‘nee’ van Wasti er vervolgens uit? In Ester 1 vers 12 lezen we alleen dat zij ‘weigerde te komen’. Waarom ze niet wil, dat staat er niet. Als ik de karakteromschrijving van Ahasveros lees, dan kan ik me er wel iets bij indenken. Ik kan me er dan ook iets bij voorstellen dat Wasti misschien al wel honderd keer gedacht heeft: ‘ik wil niet’. In elk geval is dit het moment waarop ze het ook echt zegt. Volgens mij is dat geen toeval. Ik denk dat Wasti heel goed wist wat er op het spel stond en ze heeft haar moment zorgvuldig gekozen.  Door te weigeren tijdens het grote feest van Ahasveros wordt haar weigering een publieke daad. In die zin was het echt een #metoo moment: ze haalt het verhaal uit de verborgenheid en maakt het publiek. Het is een openbaar ‘nee’. Wat ze daarmee bereikt is dat ze in één klap een heleboel getuigen heeft en daarmee hopelijk ook een heleboel medestanders. ‘Dit zal alle vrouwen ter ore komen’, schrikt Memuchan in vers 17. En dan blijkt hoe wankel het systeem van de macht eigenlijk is. Het komt met één ‘nee’ op losse schroeven te staan. Als de vrouwen in het land dit horen, is de conclusie van de raadsman, dan zullen ze meteen de denken dat ze niet zomaar meer hoeven te doen wat hun man wil. Het is de grootste angst van Ahasveros en zijn raadsmannen: dat dit ene verhaal van weigering een collectief, gedeeld verhaal van weigering gaat worden.

En wat dan volgt laat vooral de ironie zien van dit verhaal. De koning en zijn raadslieden willen Wasti zo snel mogelijk van het toneel laten verdwijnen en zo veel mogelijk de schade beperken. Dus wordt er een groots schrijven uitgevaardigd naar het hele rijk. En juist door die grootschalige paniekactie weten wij nu allemaal wat er gebeurd is. Slecht nieuws voor Ahasveros: we leven nu 2500 jaar later en we lezen nog steeds over die idiote actie van hem. Nog een stukje ironie: de mannen willen respect van vrouwen en dat moet worden afgedwongen via een koninklijk bevel. Maar juist dat dit bevel nodig is, laat zien dat dat respect er blijkbaar niet vanzelf is. Toen en nu moet respect verdiend worden, het kan niet worden opgelegd door een brief van Ahasveros of Willem-Alexander.

Tot slot: Veilige plekken

Volgens mij brengt het verhaal van Wasti en #metoo ons tot dit punt: dat we kunnen laten zien dat macht altijd scheuren vertoont. Dat als we solidair zijn met het ‘nee’ van mensen die eindelijk hun verhaal durven vertellen, er echt iets kan veranderen. En ik geloof dat ook God zich aansluit bij dat ‘nee’, dat God de kant kiest van de onverwachte helden en de ondergesneeuwde verhalen.

Maar we hoeven ons niet te beperken tot achteraf ingrijpen als het leed al is geschied. We kunnen ook proberen te voorkomen dat deze verhalen nog verteld moeten worden. We kunnen met elkaar werken aan veilige plekken. In de kerk, in onze jeugdgroepen, in onze vriendschappen en onze relaties.

Hoe kunnen die veilige plekken er uit zien? Volgens mij heeft veiligheid heel veel te maken met voorzichtigheid en geduld. Als ik dat zo zeg dan ben ik bang dat ik een beetje klink als Alie Hoek-Van Koten. Kent u Alie Hoek-van Koten? Zij schreef van die boekjes over seksuele voorlichting die heel weinig over seks gaan en heel veel over dat je daarmee moet wachten. Ik wil niet zeggen dat we met ons allen preuts moeten zijn, maar wel dat we voorzichtig en geduldig moeten zijn met elkaar.

Iets daarvan vind ik terug in het boek Hooglied. Hooglied is het lied van twee geliefden die steeds op zoek zijn naar elkaar, elkaar dan even vinden en bezingen hoe mooi dat is, en dan weer opnieuw naar elkaar op zoek moeten. Er is geen dwang in Hooglied, alleen verwondering over de schoonheid van de ander. Niet om die te bezitten, maar om er van ondersteboven te zijn. In het gedeelte dat we lazen gebeurt dat op zo’n beetje de veiligste plek die je kunt bedenken: ‘ik bracht hem in mijn moeders huis, in de kamer van haar die mij baarde’.

Iemand anders leren kennen, echt leren kennen, dat is een kwetsbaar proces. Het gaat niet van de ene op de andere dag. Je laat iets van jezelf zien, en als blijkt dat die ander daar goed voor kan zorgen, dan geef je nog een stukje. Liefde laat zich niet afdwingen.

Meisjes van Jeruzalem, ik bezweer je bij de gazellen, bij de hinden op het veld, wek de liefde niet, laat haar niet ontwaken, voordat zij het wil.

Ik vind dat echt een schitterend vers. De liefde heeft zelf ook nog wat over zichzelf te zeggen. De liefde is niet iets wat wij zomaar in handen hebben, ze gaat ook haar eigen gang. Liefde heeft haar eigen timing, haar eigen tijdpad, haar eigen wekker. Liefde vraagt dat we vertrouwen hebben in haar plannen. De liefde lijkt verdacht veel op onze God!

Amen

 

 

 

2018-11-10T10:40:00+00:00